Highlights


HIGHLIGHTS VAN ONCOLOGIEDAGEN 2017

 

Video-impressie van oncologiedagen 2017, door Stijn Bogers en Jannus Doornhegge.

 

Video-impressie van de eerste dag:

 

Highlights van de sessies

In de ontbijtsessie nam dr. de Lange de zaal mee door de mutaties van het niet-kleincellig longcarcinoom, waarbij een nieuwe methode ten aanzien van de diagnostiek werd belicht; de liquid biopsie. Alle mutaties hebben een eigen behandeling en indien de patiënt progressief is kan het zijn dat er een nieuwe mutatie aanwezig is. Waarvoor er opnieuw een EGFR remmer of TKI kan worden ingezet. 

Opening 36ste oncologiedagen door Ingrid de Graaf

In de plenaire opening verwelkomt Cora Vegter, voorzitter V&VN Oncologie, het 3000e lid van de vereniging. Olympisch en wereldkampioen openwaterzwemmen Maarten van der Weijden vertelt over de belangrijke rol die oncologie-verpleegkundigen speelden tijdens de periode dat hij werd behandeld voor leukemie. Hij overhandigt het eerste exemplaar van Bloedserieus, een magazine over kanker en trombose, aan de voorzitter. Lena Sharp, voorzitter van de EONS, licht ons in over kankerverpleging in Europa en roept ons op om mee te doen naar een onderzoek onder Europese oncologie-verpleegkundigen, op het V&VN Plein. René Bernards geeft een pleidooi om het reduceren van de kosten van dure geneesmiddelen verder te onderzoeken.
Maarten van der Weijden biedt tijdschrift 'bloedserieus' aan aan Cora Vegter

In sessie 3 praat Willem de Blok ons bij over ontwikkelingen in de behandeling van niet-spierinvasief blaascarcinoom. Door een tekort aan BCG in 2014 en 2017 ontstond de noodzaak om te zoeken naar alternatieve behandel-mogelijkheden. Blaasspoelingen met verwarmde chemotherapie lijken een goede optie. Drs. Arthur Braat vertelt over ontwikkelingen in de nucleaire geneeskunde bij prostaatcarcinoom. Met behulp van afbeeldingen wordt duidelijk weergegeven dat er op de PSMA scan meer metastasen worden gezien dan op een reguliere botscan.

Dr. Marcel Stokkel legt in sessie 4 uit op welke manier nucleaire geneeskunde bij neuro-endocriene tumoren (NET) wordt ingezet. NET kenmerken zich door een langzame groei en een snelle metastasering en komen vooral voor in dunne darm, pancreas, long en rectum. Door het inzetten van specifieke PET-tracers, zoals Gallium-68 en Lutetium-177, in de diagnose en behandeling van NET kan de progressievrije overleving verbeteren van 8,4 maanden bij een reguliere behandeling naar meer dan 4 jaar. Deze behandeling zal in de toekomst ook beschikbaar komen voor andere tumoren.

Tijdens sessie 6 spreken dr. Stijn Krol en professor dr. Uulke van der Heide over innovatie in de radiotherapie. Bij protonen-bestraling worden alleen aangedane delen bestraald wat latere complicaties voorkomt in tegenstelling tot traditionele bestraling. Hier zijn enkele indicaties voor, er is echter meer onderzoek nodig. Ook de traditionele bestraling met fotonen is de afgelopen jaren verbeterd. Voor en tijdens de bestraling wordt de tumor in beeld gebracht met behulp van MRI en CT. Beeld gestuurde radiotherapie garandeert bestraling op de goede plek.

Nicolien de Clerq vertelt ons in sessie 7 over de fecestransplantatie bij patiënten met een oesophagus- of maagcarcinoom. Deze behandeling beoogt de bacterieflora te herstellen waardoor cachexie afneemt en de weerstand verbetert. De kans op complicaties verkleint, de kans op curatie neemt toe. Een feces-transplantatie kan bestaan uit een transplantatie van eigen feces of feces van een donor. De transplantatie wordt eenmalig toegediend via een maagsonde die uitkomt in het duodenum.

In sessie 10 licht John Bos ons in over het verschil tussen palliatieve sedatie en euthanasie, omdat hij van mening is dat niet iedere arts en verpleegkundige deze verschillen kent. Bij palliatieve sedatie wordt het bewustzijn opzettelijk verlaagd met als doel refractaire symptomen te bestrijden zonder levensverkorting. Bij euthanasie is levensbeëindiging het doel. 

In sessie 12 vertelt dr. Vivian Engelen over de urgentie van PROMs en PREMs voor patiënten, zodat dit een integraal onderdeel van de zorg wordt. Het waarborgen van de privacy en terugkoppeling aan de patiënt zijn onder andere van belang. Drs. Nicole Horevoorts spreekt over de uitkomsten van PROMs en PREMs worden gebruikt om de zorg te verbeteren. Het IKNL biedt een feedbackformule waarin patiënten hun score kunnen vergelijken met patiënten met dezelfde diagnose en met de algemene Nederlandse bevolking.

Sessie in beweging

 Cardiovasculaire risico's in de oncologie worden in sessie 19 belicht door Ineke Sterk. Anthracyclines en trastuzumab zijn berucht vanwege de afname van de ejectiefractie. Maar ook middelen als cisplatin en hormoon-behandelingen kunnen zorgen voor hypertensie en afname van de linkerventrikelfunctie. Steeds meer patiënten hebben te maken met cardiovasculaire problematiek. Dit komt door de vergrijzing, toename en chronische vorm van oncologische aandoeningen waarvoor patiënten behandeld worden met oncolytica.

In sessie 23 vertelt Miriam Koopman over de ontwikkeling van de keuzehulp dikkedarmkanker. De arts geeft in de spreekkamer aan welke behandelopties er zijn. De patiënt vult digitaal de keuzehulp in. Dit wordt gekoppeld aan de behandelopties volgens de arts. Het advies dat hieruit voortkomt gaat mee naar het consult bij de arts. De keuzehulp wordt ingezet bij start van de palliatieve behandeling, maar ook bij progressie. 82% van de patiënten is erg tevreden over de keuzehulp. Artsen zijn ook tevreden; hierbij is een belangrijk aspect dat het geen extra tijd kost in de spreekkamer.

Rosemarie Jansen en drs. Suzanne Kaal praten in sessie 24 over dilemma's waarmee jongvolwassenen met kanker en zorgprofessionals te maken kunnen krijgen. In een casus komen diverse vraagstukken aan bod, zoals ziekte, behandeling, relaties en werk. Er zijn steeds meer (palliatieve) behandelingen mogelijk welke zorgen voor extra belasting voor de patiënt. Wat is het juiste moment van het overgaan van actieve behandeling naar best supportive care?

De bijna provocerende interactieve sessie 3 prikkelt je verpleegkundige zintuigen en laat je nadenken over het begrip 'verpleegkundig leiderschap'. Geleid door Marc Kappers en Emma Brugman worden groepsopdrachten uitgevoerd met als doel de deelnemers bewust te maken hoe we als verpleegkundigen kuddegedrag kunnen vertonen. Dit beperkt de kritische blik op situaties. 

Pieter Roelofs

In de plenaire afsluiting gaf Pieter Roelofs, conservator van het Rijksmuseum, ons een leidende blik in de wereld van de lijdende kunst.

  

Highlights van woensdag 22 november

Tijdens de ontbijtmeeting op dag 2 van de Oncologiedagen wordt bij het ontbijt over obstipatie gepraat. Als dr. Tim Vanuytsel stelt dat goed drinken bij macrogol-gebruik helemaal niet zo belangrijk is en dat patiënten ook 3 zakjes ineens in een glas water bij het ontbijt kunnen nemen, is iedereen goed wakker. Het effect van conventionele laxantia bij opioïd-geïnduceerde obstipatie is beperkt, vertelt hij. Het nieuwe middel naloxegol kan uitkomst bieden.

In de plenaire opening informeert drs. Manon Boddaert de aanwezigen over de lancering van het kwaliteitskader palliatieve zorg, te vinden op www.pallialine.nl. Volgens haar zal de implementatie van het kwaliteitskader geslaagd zijn als onder meer de publieke opinie over sterven en palliatieve zorg verandert en palliatieve zorg een belangrijk onderdeel is van alle zorggerelateerde opleidingen.
Dr. Lonneke van der Poll vertelt dat slechts 1 op de 5 (ex)kankerpatiënten na hun kanker-behandeling in goede gezondheid leeft. Er is behoefte aan kennis over de invloed van kanker en kankerbehandeling op kwaliteit van leven. Wie ontwikkelt klachten en waarom juist die persoon? Het volgen van grote groepen patiënten met een digitaal volgsysteem moet helpen bij het beantwoorden van deze vragen.

De helft van alle lymfomen is agressief, en deze agressieve lymfomen zijn onder te verdelen in vele subtypes, vertelt dr. Martine Chamuleau in sessie 25. Sommige subtypes hebben een slechte kans op curatie met R-CHOP. Onderzoek zal zich de komende jaren richten op de toevoeging van andere middelen, zoals lenalidomide, ibrutinib en
nivolumab, aan deze behandeling, om de kansen voor deze groep te verbeteren.

Tijdens sessie 28 vertelt Dr. Inge Haeck over huidafwijkingen bij doelgerichte en/of chemotherapie. De meest voorkomende cutane bijwerkingen zijn goed behandelbaar. De belangrijkste preventieve maatregelen hiervoor zijn bescherming tegen zonlicht, waarbij zij de tip geeft om zonnebrandcrème te smeren als dagcrème en bescherming tegen water, zoals niet te warm en/of te vaak onder de douche, dan wel in bad. Daarnaast geeft Dr. Haeck aan dat bijwerkingen (soms) moeten worden geaccepteerd; alleen behandelen waar de patiënt echt last van heeft.


In de lunchmeeting is uitgebreid aandacht besteed aan het begrip gedeelde besluitvorming, ook wel shared decision making (SDM) genoemd. Professor Sjaak Bloem vertelt over een model dat hij heeft ontwikkeld waarmee de informatie die je wilt geven kunt laten aansluiten op kenmerken van de patiënt. Regina The, directeur van het zorgkeuzelab, illustreert op welke wijze een keuzehulp kan worden ingezet bij SDM. Vervolgens maakt verpleegkundig specialist Suzan Ras de koppeling van het model en de keuzehulp naar de praktijk. Waarbij het van groot belang is om te onderzoeken op welke manier beide methoden kunnen worden toegepast in je eigen praktijk.

Feiten en fabels over wietolie worden door Marije Houmes en Paul Lebbink belicht in sessie 36. Er is een toenemende vraag naar en er zijn ook veel verkeerde verwachtingen over cannabisolie. Omdat er nog onvoldoende bewijslast is over de werkzaamheid, wordt het nog niet vergoed. De werkzame stof in de olie is THC, CBD of een combinatie van die 2. Het kan worden voorgeschreven bij vermoeidheid, pijn, misselijkheid, slechte psychische gesteldheid of slapeloosheid. De Transvaalapotheek is (nog) de enige apotheek in Nederland die medicinale wietolie produceert.

In sessie 37 inspireert dr. Hester Vermeulen ons door te vertellen dat verpleegkundigen het verschil kunnen maken op zorgsensitieve uitkomstmaten. Zij pleit voor de ontwikkeling van klinisch-academische carrière-paden, waarbij verpleegkundigen hun werk met patiënten kunnen combineren met het doen van wetenschappelijk onderzoek en het geven van onderwijs, waardoor een positieve, innovatieve werkomgeving wordt gecreëerd, wat de kwaliteit van zorg ten goede komt.

Bloeduitslagen beoordelen wanneer iemand chemotherapie krijgt is onder andere een taak van de verpleegkundig specialist. Vaak ontstaan er in de periode dat de patiënt chemotherapie ontvangt afwijkingen in de labuitslagen. In sessie 43 neemt dr. van den Berkmortel ons mee door de oorzaken en gevolgen van deze afwijkende uitslagen. Verpleegkundig specialist Herman te Kampe illustreert aan de hand van casussen dat niets is wat het lijkt. En welke gevolgen afwijkende labuitslagen hebben voor de verdere behandeling.

In interactieve sessie 7 worden de 5 stappen van motiverende gesprekvoering besproken. Gedrag en opvattingen over ongewenst gedrag, zoals roken, zijn vaak niet met elkaar in overeenstemming. Het doel van motiverende gesprekvoering is samen met de patiënt inzicht te krijgen in voordelen van het huidige gedrag, motivatie om het gedrag te veranderen, hoeveel vertrouwen er is het gedrag te veranderen en te kijken wanneer het gedrag kan worden veranderd. Na een stuk theorie wordt er in tweetallen geoefend.

Bij de afsluitende receptie ontvangt Paofi Tjia de Oeuvre Award voor haar jarenlange inzet voor de oncologie en de V&VN Oncologie in het bijzonder. De poster 'Ervaringen en informatiebehoeften van mannen met borstkanker en zorgprofessionals' van Petra Duijveman en collega's wint de juryprijs voor de beste poster. De publieksprijs gaat naar de poster over intraveneuze chemotherapie thuis voor kinderoncologische patiënten van Nastascha Kok en collega's. Ingrid de Graaf neemt afscheid als voorzitter van de Commissie Oncologiedagen en draagt het stokje over aan Natascha Schrama. Het waren weer geslaagde Oncologiedagen! Tot volgend jaar!